Verbod PFAS middelen?
Onze meningEind 2025 werd steeds duidelijker hoe groot en hardnekkig het probleem van PFAS is. Rapporten, onderzoeken en nieuwsberichten over PFAS in gewasbeschermingsmiddelen en in het grondwater volgden elkaar in hoog tempo op.
Zou een verbod op PFAS-houdende middelen niet al hoog op het lijstje met goede voornemens voor 2026 moeten staan van beleidsmakers, bestuurders en politici?
Nieuwe tussentijdse beoordeling
Vlak voor de kerstvakantie kondigde het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) aan dat het PFAS-houdende middelen opnieuw, tussentijds gaat beoordelen, maar met een doorlooptijd tot 2028.
Onderzoek van CLM Onderzoek en Advies, uitgevoerd in opdracht van 7 provincies (waaronder Drenthe) en de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (Vewin), laat zien dat PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen een reëel risico vormen voor bodem en grondwater.
Opvallend is dat het gebruik van deze middelen de afgelopen jaren is toegenomen, terwijl het totale gebruik van bestrijdingsmiddelen juist afneemt. Dat wijst erop dat PFAS geen uitzondering is, maar een keuze binnen de huidige middelenpraktijk.
Daarom ook stelde CLM op verzoek van telers een flyer op, omdat zelfs in de sector vaak onbekend is welke middelen PFAS bevatten.
PFAS in het grondwater
De zorgen worden bevestigd in het landelijke rapport Grondwaterkwaliteit Nederland 2024, gebaseerd op provinciale meetgegevens.
PFAS wordt inmiddels vrijwel overal in het Nederlandse grondwater aangetroffen en behoort, samen met bestrijdingsmiddelen, tot de stoffen die het vaakst normoverschrijdingen laten zien. Ook wij vinden inmiddels sporen van PFAS in onze grondwaterbronnen.
In 2024 is bovendien vollediger en beter vergelijkbaar gemeten dan voorheen, waardoor het beeld steeds scherper wordt.
Zorg bij de drinkwatersector
Voor bedrijven zoals WMD Drinkwater is dit geen abstract milieudossier, maar een direct risico voor de drinkwatervoorziening. WMD wint drinkwater uit grondwater, en een groot deel van de grondwaterbeschermingsgebieden ligt in agrarisch gebied.
Juist daar zijn nog altijd ruim honderd gewasbeschermingsmiddelen toegelaten waarin PFAS wordt toegepast. Ook in gebieden waar extra bescherming van het grondwater geldt.
PFAS verdwijnt niet
Het probleem is niet alleen dat PFAS persistent is, maar ook dat het zuiveren ervan ingewikkeld, kostbaar en energie-intensief is. Bovendien ontstaat bij extra zuivering een vervuilde reststroom, waarin de persistente PFAS geconcentreerd achterblijft. Wat eenmaal in het grondwater zit, verdwijnt niet vanzelf.
Daar komt bij dat PFAS-bestrijdingsmiddelen in bodem en water nauwelijks afbreken. Ze vormen afbraakproducten (metabolieten). Uit onderzoek blijkt dat uit de nu toegelaten PFAS-pesticiden tientallen tot zelfs meer dan honderd metabolieten kunnen ontstaan, waarvan een groot deel zelf ook weer PFAS is.
De bekendste is TFA (trifluorazijnzuur): een kleine, zeer mobiele PFAS die nauwelijks te verwijderen is uit water en daarmee een extra risico vormt voor drinkwaterbronnen.
Handelingsperspectief is er
Het CLM-rapport bevat duidelijke aanbevelingen voor Rijk, provincies en toelatingsautoriteiten. Die variëren van betere communicatie richting landbouw over welke middelen PFAS bevatten, tot uitgebreidere monitoring van grondwater, bodem en metabolieten.
Ook pleit CLM voor het beëindigen van de toelating van PFAS-hulpstoffen in pesticiden en het verplicht openbaar maken van actieve ingrediënten.
In het nieuwe coalitieakkoord staat “dat Nederland kartrekker wordt voor een Europees verbod op PFAS”. Een belangrijke stap, maar één die wel tijd gaat kosten voordat resultaten worden opgeleverd.
En ook staat in het akkoord dat “milieuvervuiling door zeer zorgwekkende stoffen wordt tegengegaan door bestaande lozingsvergunningen kritisch te toetsen en waar nodig aan te scherpen”. Dan kan een aanpak van PFAS-pesticiden toch niet achterblijven?
Provincie kan zelf actie ondernemen
Belangrijk is dat niet alles hoeft te wachten op nationale besluitvorming. CLM heeft nog een aanbeveling die onderbelicht lijkt te blijven.
Provincies kunnen via de omgevingsverordening zelf maatregelen nemen om grondwater beter te beschermen door het gebruik van risicovolle PFAS-pesticiden te beperken.
Stichting Natuur & Milieu heeft hiervoor inmiddels een praktische provinciale handleiding opgesteld.
Essentieel is wel dat telers de tijd en ondersteuning krijgen om over te schakelen op alternatieven, bijvoorbeeld via gezamenlijke gebiedsprocessen en deskundige begeleiding.
Van herbeoordeling naar keuze
De herbeoordeling door het Ctgb is een stap in de goede richting. En ook het coalitieakkoord stemt hoopvol. Maar ze leveren een lange doorlooptijd die kan oplopen tot 2028 en verder. Vanuit het voorzorgsbeginsel en de wettelijke zorgplicht voor drinkwater en grondwaterkwaliteit is dat een lange periode, waarin de uitstoot naar bodem en water doorgaat.
Verbod op PFAS
Daarom blijft WMD Drinkwater, in lijn met Vewin, pleiten voor een snel landelijk of regionaal verbod op PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen. Niet uit ideologie, maar uit noodzaak. Want het gebruik ervan leidt tot grootschalige en grotendeels onomkeerbare uitspoeling van PFAS en afbraakproducten naar het grondwater. En daarmee naar onze drinkwaterbronnen.
Als 2026 het jaar wordt waarin bestuurders en beleidsmakers die keuze daadwerkelijk durven te maken, dan is dat een goed voornemen met blijvend effect. Want wat niet in het grondwater terechtkomt, hoeft ook niet met grote moeite, hoge kosten en veel energie weer te worden verwijderd. Dat is uiteindelijk in ieders belang.